De Helft
Friday, February 1st, 2008Zwemmen in de watervallen, niet hoog maar mooi en helemaal niet te koud.
Honderd dagen zwarte of witte shirts moeten dragen als je werkt in een overheidsinstelling, want de zus van de koning is gestorven. En dus zijn de gele met het koningsembleem die je daarvoor moest dragen niet veel meer waard. Ah ja, en geen schoenen vinden, want zoals je hier nog nooit een grotere vroew hebt gezien, vind je ook geen schoenen boven de maat 38 (wat ze hier een 40 noemen)
Werken en lesgeven en niet echt het gevoel hebben dat het veel uitmaakt, maar dat zal op de duur wel komen zeker? Gaan zwemmen in een zwembad dat van jou alleen is, Thais houden over het algemeen niet echt van zwemmen. Genieten van het zicht op de spelende kinderen op kinderdag, de weeskinderen, maar ook kinderen van in het stadje, samen. En zelf ook het veld opgetrokken worden voor een spelletje touwtrekken.
Op kamp vertrekken richting Bangkok met AFS want je zit al in de helft van het hele project en het visum moet verlengd worden. Het kamp verderzetten in een andere provincie met nog een Belg en negen Chinezen. Nog wat Thaise cultuur proeven in een gezellig hotelletje aan het water van de grachten waar je heerlijk kan eten. Er duizenden vuurvliegjes zien, knipperend in de bomen en toch een beetje een kerstboom gevoel krijgen. Naar zee gaan en je eens goed laten gaan in de modder van de mangrove, net zoals de apen die je net nog bananen hebt gegeven. Je niet teveel aantrekken van de verbaasde blikken van de Chinezen, iets van oei oei die Belgen. Je niets aantrekken van het feit dat je nu verder moet in een mannenshort en een doek want je kleren zitten onder de modder. Terug maar eens heerlijk eten en cadeautjes kopen voor je gastfamilie. Want dat is de gewoonte, gewoon iets kleins zodat ze weten dat je aan hen hebt gedacht.
Genieten of lijden onder een traditionele Thaise massage, ik ben er nog steeds niet uit. Je herinneren hoe pijnlijk het was als ze met hun ellebogen je spieren zaten te bewerken, maar ook hoe die spieren dan heel ontspannen waren van zodra ze een andere spier aanvielen. Een andere kant van Bangkok zien, hoge gebouwen en dure winkelcentra waar je je helemaal niet thuis voelt en overal mensen en auto’s, niet de mooie tempels en de grote rivier van de vorige keer, Bangkok is ook zo ontzettens groot. En een taxichauffeur aanhouden die jij nog zelf de weg moet wijzen ook. En op je strepen moeten staan en zorgen dat je niet teveel betaalt omdat hij de weg niet wist. En de volgende dag het kamp beeindigen en de bus terug nemen naar het vertrouwde Phraputthabat.
In het weekend weer gaan zwemmen want het is ook zo ontzettend warm en ook het huis van je Chinese vriend kuisen. Goh, waarom niet. Kuisen omdat je het gewoon bijna niet kan aanzien en het vuil overal schreeuwt om een beetje opgekuist te worden. Proberen hem ook te doen kuisen maar daar niet in slagen, zelfs de afwas wordt niet gedaan merk je dan.
Met je gastouders terug naar Bangkok reizen voor de opening van een bedrijf dat ‘natuurlijke’ dieet-, gezondheids- en schoonheidsproducten verkoopt omdat je gastouders die producten verkopen in jullie provincie. Daar in de sjieke expositiehallen van Bangkok verschillende bekende Thaise groepen zien optreden. Ach ja, dan heb je dat ook al weer gezien. Moe in de auto zitten en je er al bijna niet meer over verbazen dat ze om 00u30 nog ergens stoppen om te eten. Ze eten ook altijd.
Terug aan een nieuwe werkweek beginnen. Niet meer alleen zijn in het weeshuis omdat er een nieuwe vrijwilligster (Roos) is aangekomen, tof. Thuiskomen en ontdekken dat ze bedacht hebben dat je je gastbroer en -zus en -neefje ’s avonds nog les kan geven.. Veel terugkrijgen van het werk bij de blinden want blijkbaar maakt het echt wel uit of je er bent of niet. Merken dat het ook steeds beter gaat om te communiceren daar op die plaats waar echt niemand Engels kan en merken dat dat de dingen er ook wel een pak aangenamer op maakt. De kleinere kinderen ook lesgeven in schrijven, braille natuurlijk en het zijn echte schatten.
Het vooruitzicht hebben om de rest van de week op Engels kamp te gaan met een school in een andere provincie, maar helaas niet kunnen gaan omdat het van jouw school uitgaat en er wat gezichtsverliesproblemen blijken te zijn in de bestuurskringen van de school. Dan maar Thais leren koken, Phat Thai, zeer lekker overigens, Thaise dansles en zwaardvechtles krijgen.
In het weekend uitgenodigd worden door andere vrijwilligers om mee te gaan naar Ayutthaya, de vroegere hoofdstad van Siam (Thailand) waar een heleboel ruines te vinden zijn (aangezien de stad verwoest werd, door wie weet je even niet meer). Een fiets huren (het is al heel lang geleden dat je nog gefietst hebt) en zo de stad verkennen en je ergeren aan de Thais op de plaatsten waar veel toeristen komen, want die mensen zijn helemaal niet meer vriendelijk of Thais zoals jij ze ondertussen wel kent. Hoe zou dat toch komen denk je dan. Maar toch mooie tempels kunnen zien, en olifanten zien zwoegen die de hele dag in de zon dikke toeristen op hun rug moeten dragen..
En een massa fruit kopen voor maar een euro en ervan zitten genieten in het mooiste park dat je al gezien hebt in Thailand. En rustig zitten eten aan de waterkant en plotseling veel lawaai horen in het riet en het niet goed kunnen zien maar er toch bijna zeker van zijn dat er een kleine krokodil even langskwam.
En besluiten om voor de eerste keer met de trein te reizen in Thailand en erachter komen dat dat toch wel super is en het jammer vinden dat er niet meer treinen zijn in Thailand. En genieten van het uitzicht op de felgroene rijstvelden en de banane- en palmbomen die je (niet zo heel erg snel) passeert. En samen met Roos besluiten om eens zomaar de trein te nemen en om het even waar uit te stappen want al die dorpjes zien er heel mooi uit.
Terug aan een weekje lesgeven beginnen en je toch ook eens herinneren dat je vroeger het vaste besluit had genomen nooit voor een klas te gaan staan omdat je dacht dat dat vreselijk moest zijn…
Liefs,
Els