En ook nog
April 12th, 2008Even nog melden dat het hier om te sterven is van de warmte. Overdag tot 38, ’s nachts nog 28 graden. Je zweet de hele dag door, zeker als je in de zon loopt en iets uitvoert waarbij je je moet bewegen.
Liefs,
ไหม
Even nog melden dat het hier om te sterven is van de warmte. Overdag tot 38, ’s nachts nog 28 graden. Je zweet de hele dag door, zeker als je in de zon loopt en iets uitvoert waarbij je je moet bewegen.
Liefs,
ไหม
Dat oa zong ik elke morgen, een groet aan de Buddha.
Terug van weggeweest. En dat kan je wel degelijk zeggen. Elf dagen in de tempel en in die elf dagen ben ik 1 keer buiten het terrein geweest, toen we op zondag de straat opgingen om de offeringen van de mensen aan te nemen. Heel ontroerend trouwens, die oude traditie. De Vrouwlijke monikken (ze willen neit anders genoemd worden) in saffraankleurige gewaden vooraan met hun kommen. Wij (nonnen) erachter in onze lange witte kleren, lange rok en zeer beleefd hemdje.
Weg van de wereld. Geen gsm, geen internet, geen muziek, niets. Om vijf uur opstaan om gebeden te zingen en te mediteren. Helpen in de keuken, maar 2 maal per dag eten. Om 7u30 en om 11u30. Je aan alle regels proberen houden. De 8 precepts nemen. Dat wil zeggen: niet doden, niet stelen, no sexual involvement, niet liegen, niets innemen van alcohol, drugs enz, geen voedsel meer na de middag, jezelf niet mooi maken, op geen enkele manier, en geen muziek en entertainment, niet op een hoog bed slapen.
Dat wil zeggen: veganistisch eten (heel lekker!), in het gezelschap zijn van een man is al niet zo goed voor de reputatie, er zijn geen spiegels te bekennen, je slaapt op een houten bed met een heel dun tapijtje op.
Daarbij komen er dan nog allemaal andere beleefdheidsregels. Niet lopen, niet met je handen eten (moeilijk in Thailand), respect tonen voor de vrouwlijke monikken (door te knielen en drie maal te buigen, handen gevouwen, net zoals je respect toont aan een Buddhabeeld.)
Kaal ben ik niet. Ik moet jullie teleurstellen. Het was een heel gedoe dat ik dat vroeg, ze snapten er niets van dat ik dat wilde, vonden me te jong en ik bleef niet lang genoeg en nog wat dingen.
Maar het was er interessant. Veel geleerd over het Buddhisme, meer nog over hoe ernaar leven dan alleen theorie. Ook meditatie geoefend, hoofdmassage geleerd.
De moeder is een heel slimme vrouw, een voormalige proffessor op unief in Buddhisme en filosofie, grote naam, had een televisieprogramma, verdiende goed. Op haar 58e heeft ze alles opgegeven om de weg van haar moeder te volgen, die de tempel heeft opgericht. Ze is de eerste vrouwlijke monnik in Thailand en wordt zelfs niet erkend door de regering. Ze voert een feministische strijd om vrouwen hier evenveel spirituele rechten te geven als mannen hebben. De monikken zijn in het oranje gekleed en nonnen in wit. Nonnen hebben niet echt een status en zorgen voor het huishouden in de temple van de mannen. En zij was de eerste hier die monnik werd, waarvoor ze naar Sri Lanka moest.
Elf dagen was genoeg. Ik ben blij dat ik terug hier thuis ben. Wat de moeder in de temple ook al eesn zei is dat het leven met al die regels eigenlijk niet natuurlijk is, maar dat het als het ware een shortcut is naar verlichting. Dat je door die manier van leven vlugger inzicht krijgt in de dingen zoals ze zijn. Maar het vergt een zekere inspanning en persoonlijk, hoewel ik het er goed heb gehad, was ik blij dat ik terug kon keren naar de wereld. In feite was e rook een beetje te weinig te doen voor mij. Ja, wat huishoudelijke klusjes, maar niets waar je je handen mee vol hebt, waar je echt mee bezig kan zijn. Behalve lezen dan, en mediteren en slapen.
Vorig weekend vond er ook een grote ceremonie plaats. De verjaardag van de vrouw die het gesticht heft, dat ze mag rusten in vrede, 48 jaar tempel en de opening van een nieuw gebouw met de medicijnenbuddha, waar mensen kunnen komen bidden en ik den kook erge zieken kunnen verblijven. Groots. Thais hebben dan altijd van die optochten en dat was wel de mooiste die ik al heb gezien. Ook de dans was heel mooi, gedanst door leraars op de unief. Alles heel kleurig en heel verzorgd.
Nu ben ik dus terug in mijn gastgezin voor twee weken. Het waterfestival is begonnen. Later meer daarover, het is vandaag nog maar de eerste dag.
Thais tonen hun gevoelens niet, maar blijkbaar heeft mijn gastvader tegen een vriend gezegd dat hij niet weet hoe hij en zijn gezin gaan reageren als ik echt wegga. Dat ik er gewoon bij hoor. En die vriend heeft dat dan weer tegen mij gezegd (is een goede vriend geworden die me af en toe eens ergens naar meeneemt.) En aw, het zal moeilijk zijn om weg te gaan.
Dat is wat ik hoor als ik op het terrein van het weeshuis aankom en herken als mijn naam.
En vervolgens zie ik rennende kinderen die het volgende moment op mij springen.
Alles begint een beetje op het einde te lopen hier in Praputthabat, het stadje dat nu al meer
dan 5 maanden mijn stadje is. Alles begint naar het einde te lopen, maar het is eigenlijk
de eerste week dat ik dat begin te beseffen.
Komt gewoon door de vrijwilligers in het weeshuis die gedurende de voorbije maanden
zijn gekomen en gegaan en ik was steeds degene die bleef, alsof ik er nooit meer weg zou gaan.
Maar dat doe ik wel besef ik nu maar al te goed. Altijd leek het alsof ik hier nog zoveel
maanden zou zitten. En dat blijkt niet waar te zijn.
De voorbije weken heb ik nog elke dag gewerkt, het is te zeggen, in het weeshuis bestond
het werk er vooral uit om bij de kinderen te zijn en wat les te geven, voor degenen die willen.
In het blindentehuis is er meer werk gekomen aangezien sommigen verlof hebben en de Japanse
vrouw twee maanden weg is.
Maar eigenlijk vind ik dat hard werken wel leuk en misschien heb ik het al eerder gezegd
maar het is goed werk om te doen. Maar dat is nu allemaal voor een aantal weekjes afgesloten
aangezien ik morgen naar de tempel vertrek. Ik zal er ongeveer twee weken verblijven in de nonnentempel,
er leren over het Boeddhisme en meditatie en meewerken met de nonnen.
Maar twee maaltijden per dag eten, mijn haar afscheren, geen gsm of muziek of camera hebben, opstaan om 05.00u.
En ik kijk ernaar uit.
En dan is het midden april en is er het waterfestival en 25 april is het einde van mijn programma met AFS.
Tijd om nog een maandje rond te reizen in Thailand en tijd om afscheid te nemen van iedereen en alles waar ik de
voorbije maanden mee heb samengeleefd.
Het is weer een hele tijd geleden dat ik nog iets heb geschreven.
Maar het gaat nog steeds goed in Thailand, waar de zon nog elke dag schijnt, maar waar ik de laatste maand ook voor het eerst wolken en wat regen heb gezien en waar ik nu ook voor de eerste keer donder hoor. Waar met de komst van april de warmste maand bijna aangebroken is en waar dat al veel te goed te merken is. Waar ik de laatste dagen niet meer normaal kan bewegen zonder te zweten en waar water onze grote vriend is. Waar de hitte en droogte zich ook laten horen in bijvoorbeeld de natuurlijke brand die een aantal weken uitbrak in de velden rond het blindentehuis. Zeer indrukwekkend om vanachter een muurtje de vlammen het hoge, dorre gras en de bomen zo te zien verslinden. Waar het water in de brandblustanks natuurlijk op de slechtste momenten op is en waar het een heel gedoe is en veel te lang duurt om de blinden en gehandikapten te evacueren.
Waar het leven doorgaat maar waar het zomervakantie is en de scholen gaan sluiten of al gesloten zijn.
Waar de mensen altijd eten en waar het pikante eten echt smaakt en ik wel begrijp waarom de Thai het zichzelf aandoet, maar waar het fruit nog het lekkerste is van allemaal. Waar ik me nog steeds verbaas over de volle markten en huizen volgestampt met zoveel soorten goederen dat je je echt afvraagt waar dat in godsnaam allemaal vandaan komt en naartoe gaat.
Waar het dagelijkse leven ook mijn dagelijkse leven is en waar ik deel uitmaak van een familie die ik zal missen.
Waar je je niet kan voorstellen hoe behulpzaam en zorgzaam de Thais voor je zijn. Waar je langzaam went aan het feit dat mensen je bellen als je ergens alleen (of zelfs niet alleen) naatoe gaat, om te weten of alles nog goed met je is. Waar je langzaam went aan het feit dat je eigenlijk niets echt aleen kan doen omdat iedereen je steeds wil helpen en je overal heen brengt en het als zijn taak ziet om te zorgen dat je niets te kort komt.
Waar er de laatste weken verandering komt in het dagelijkse leven door het sluiten van de scholen. Waar Wannes, de andere vrijwilliger van AFS eens uit het zuiden is gekomen om te kijken hoe ik hier leef en werk. Waar ik mede dankzij hem toch wel begin te beseffen dat ik hier wel degelijk iets doe, iets gedaan heb en toch iets beteken. Waar het vooral bij de blinden echt blijkt uit te maken of ik al dan niet kom werken. Waar je dus ook steeds meer terug krijgt van het werk dat je doet. Waar je het super vindt veel tijd door te brengen in het weeshuis bij de meisjes. Waar je onderstussen wel kan zeggen dat je de basis van de Thaise taal ongeveer wel machtig bent en dat ervoor zorgt dat je echt kan beginnen communiceren met de meisjes en het dus ook steeds leuker wordt. Waar je nog steeds niet alle namen kent, maar waar sommige meisjes steeds meer voor je beginnen betekenen. Waar ik me soms afvraag waarom ik de voorbije maanden niet meer dan een dag in de week in het weeshuis heb doorgebracht.
Waar je er in de weekends graag op uit trekt met andere vrijwilligers. Waar het nog steeds een feit is dat het Thaise idee van een weekendje weg heel anders is dan mijn idee, of het idee van andere vrijwilligers. Waar je bijvoorbeeld met Zoja uit Nederland een weekendje bent gaan kamperen in een nationaal park vol met watervallen en woud en olifanten en zoveel meer. Waar we ervan genoten twee uur lang gewoon te stappen naar de kampplaats en te genieten van de omgeving. Maar waar we niemand tegenkwamen die hetzelfde idee had.
Waar ik net terug ben van een week in het zuiden. Een week kijken hoe Wannes werkt en leeft. Heel anders dan ik hier leef. Een zeer interessant project in de mangrovebossen van Ranong. Researchwerk. Helaas is er niet vaak veel te doen. Ik heb er een dag echt in de bossen gewerkt en dat vond ik geweldig. Je een weg banen door de lianen en uitstekende wortels om een gebied te kunnen opmeten. Waar we voor de rest van de week eigenlijk ongeveer op vakantie zijn geweest. Een dag en nacht naar Puket waar een collega schelpen ging verkopen. Waar ik me verbaasd heb over het toerisme daar. Ze hadden me er al voor gewaarschuwd, maar ik werd gewoon niet goed van al die stranden vol strandstoelen en overal gigantische hotels. Waar er alleen maar blanke mensen in bikini lopen en waar de Thais die ons vergezelden zeiden dat dat pijn deed aan hun ogen (een Thai zal je nooit in bikini zien).
Waar we dan ook nog met de boot naar een eilandje bij Ranong gereisd zijn waar we terecht kwamen in de jaren ‘70 van chillende hippie’s. Sabaai sabaai noemen ze het. Op het gemak een zalig leventje leiden. Waar we buiten onder de sterren en boven de zee hebben geslapen en waar ik me waande in een klein paradijsje van rust aan de zee.
Waar ik nu niet meer weet wat er de komende maanden zal gebeuren, wanneer ik terugkom en wat ik nog zal doen… Waar er even onduidelijkheid heerst en waar ik het er hier bij ga laten omdat ik naar een feestje moet…
Liefs,
Els
Zwemmen in de watervallen, niet hoog maar mooi en helemaal niet te koud.
Honderd dagen zwarte of witte shirts moeten dragen als je werkt in een overheidsinstelling, want de zus van de koning is gestorven. En dus zijn de gele met het koningsembleem die je daarvoor moest dragen niet veel meer waard. Ah ja, en geen schoenen vinden, want zoals je hier nog nooit een grotere vroew hebt gezien, vind je ook geen schoenen boven de maat 38 (wat ze hier een 40 noemen)
Werken en lesgeven en niet echt het gevoel hebben dat het veel uitmaakt, maar dat zal op de duur wel komen zeker? Gaan zwemmen in een zwembad dat van jou alleen is, Thais houden over het algemeen niet echt van zwemmen. Genieten van het zicht op de spelende kinderen op kinderdag, de weeskinderen, maar ook kinderen van in het stadje, samen. En zelf ook het veld opgetrokken worden voor een spelletje touwtrekken.
Op kamp vertrekken richting Bangkok met AFS want je zit al in de helft van het hele project en het visum moet verlengd worden. Het kamp verderzetten in een andere provincie met nog een Belg en negen Chinezen. Nog wat Thaise cultuur proeven in een gezellig hotelletje aan het water van de grachten waar je heerlijk kan eten. Er duizenden vuurvliegjes zien, knipperend in de bomen en toch een beetje een kerstboom gevoel krijgen. Naar zee gaan en je eens goed laten gaan in de modder van de mangrove, net zoals de apen die je net nog bananen hebt gegeven. Je niet teveel aantrekken van de verbaasde blikken van de Chinezen, iets van oei oei die Belgen. Je niets aantrekken van het feit dat je nu verder moet in een mannenshort en een doek want je kleren zitten onder de modder. Terug maar eens heerlijk eten en cadeautjes kopen voor je gastfamilie. Want dat is de gewoonte, gewoon iets kleins zodat ze weten dat je aan hen hebt gedacht.
Genieten of lijden onder een traditionele Thaise massage, ik ben er nog steeds niet uit. Je herinneren hoe pijnlijk het was als ze met hun ellebogen je spieren zaten te bewerken, maar ook hoe die spieren dan heel ontspannen waren van zodra ze een andere spier aanvielen. Een andere kant van Bangkok zien, hoge gebouwen en dure winkelcentra waar je je helemaal niet thuis voelt en overal mensen en auto’s, niet de mooie tempels en de grote rivier van de vorige keer, Bangkok is ook zo ontzettens groot. En een taxichauffeur aanhouden die jij nog zelf de weg moet wijzen ook. En op je strepen moeten staan en zorgen dat je niet teveel betaalt omdat hij de weg niet wist. En de volgende dag het kamp beeindigen en de bus terug nemen naar het vertrouwde Phraputthabat.
In het weekend weer gaan zwemmen want het is ook zo ontzettend warm en ook het huis van je Chinese vriend kuisen. Goh, waarom niet. Kuisen omdat je het gewoon bijna niet kan aanzien en het vuil overal schreeuwt om een beetje opgekuist te worden. Proberen hem ook te doen kuisen maar daar niet in slagen, zelfs de afwas wordt niet gedaan merk je dan.
Met je gastouders terug naar Bangkok reizen voor de opening van een bedrijf dat ‘natuurlijke’ dieet-, gezondheids- en schoonheidsproducten verkoopt omdat je gastouders die producten verkopen in jullie provincie. Daar in de sjieke expositiehallen van Bangkok verschillende bekende Thaise groepen zien optreden. Ach ja, dan heb je dat ook al weer gezien. Moe in de auto zitten en je er al bijna niet meer over verbazen dat ze om 00u30 nog ergens stoppen om te eten. Ze eten ook altijd.
Terug aan een nieuwe werkweek beginnen. Niet meer alleen zijn in het weeshuis omdat er een nieuwe vrijwilligster (Roos) is aangekomen, tof. Thuiskomen en ontdekken dat ze bedacht hebben dat je je gastbroer en -zus en -neefje ’s avonds nog les kan geven.. Veel terugkrijgen van het werk bij de blinden want blijkbaar maakt het echt wel uit of je er bent of niet. Merken dat het ook steeds beter gaat om te communiceren daar op die plaats waar echt niemand Engels kan en merken dat dat de dingen er ook wel een pak aangenamer op maakt. De kleinere kinderen ook lesgeven in schrijven, braille natuurlijk en het zijn echte schatten.
Het vooruitzicht hebben om de rest van de week op Engels kamp te gaan met een school in een andere provincie, maar helaas niet kunnen gaan omdat het van jouw school uitgaat en er wat gezichtsverliesproblemen blijken te zijn in de bestuurskringen van de school. Dan maar Thais leren koken, Phat Thai, zeer lekker overigens, Thaise dansles en zwaardvechtles krijgen.
In het weekend uitgenodigd worden door andere vrijwilligers om mee te gaan naar Ayutthaya, de vroegere hoofdstad van Siam (Thailand) waar een heleboel ruines te vinden zijn (aangezien de stad verwoest werd, door wie weet je even niet meer). Een fiets huren (het is al heel lang geleden dat je nog gefietst hebt) en zo de stad verkennen en je ergeren aan de Thais op de plaatsten waar veel toeristen komen, want die mensen zijn helemaal niet meer vriendelijk of Thais zoals jij ze ondertussen wel kent. Hoe zou dat toch komen denk je dan. Maar toch mooie tempels kunnen zien, en olifanten zien zwoegen die de hele dag in de zon dikke toeristen op hun rug moeten dragen..
En een massa fruit kopen voor maar een euro en ervan zitten genieten in het mooiste park dat je al gezien hebt in Thailand. En rustig zitten eten aan de waterkant en plotseling veel lawaai horen in het riet en het niet goed kunnen zien maar er toch bijna zeker van zijn dat er een kleine krokodil even langskwam.
En besluiten om voor de eerste keer met de trein te reizen in Thailand en erachter komen dat dat toch wel super is en het jammer vinden dat er niet meer treinen zijn in Thailand. En genieten van het uitzicht op de felgroene rijstvelden en de banane- en palmbomen die je (niet zo heel erg snel) passeert. En samen met Roos besluiten om eens zomaar de trein te nemen en om het even waar uit te stappen want al die dorpjes zien er heel mooi uit.
Terug aan een weekje lesgeven beginnen en je toch ook eens herinneren dat je vroeger het vaste besluit had genomen nooit voor een klas te gaan staan omdat je dacht dat dat vreselijk moest zijn…
Liefs,
Els
Eerst en vooral wens ik iedereen een heel mooie (inmiddels al gepasseerde) kerst en een gelukkig nieuw jaar vol van liefde en geluk..
Ik ben blij dat ik de comments om mijn blog nu toch kan lezen, bedankt dus toch om er eentje te schrijven he!
Hier gaat alles goed, de feesten zitten erop en ik moet zeggen dat het nogal eens iets anders was. Eigenlijk kennen ze hier geen kerst en vieren ze drie maal nieuw jaar. Het internationale, het Chinese in februari en het Boeddhistische in april.
De week voor kerst was een werkweek. Het was de laatste maandag in het weeshuis met Arja, een vrijwilligster uit Zweden, een vrouw van 51. Dat was wel raar eigenlijk, ze kon mijn moeder zijn qwa leeftijd, en toch wilde ze van mij leren en babbelde ze tegen mij alsof ik een vriendin van haar leeftijd was. Over het aanpassen aan het leven zonder comfort (het huisje waar de vrijwilligers normaal verblijven is inderdaad niet echt een hotel), over hoe ze haar familie en alles wat ze heeft nu meer naar waarde schat, wel speciaal allemaal. Ze vond het niet te geloven dat ik zo lang in Thailand blijf.
Er is ook iemand gestorven, maandagavond aar de plechtigheid en dinsdag de begrafenis. Hij was een leraar op school, werkte in de office waar ik altijd zit. Had een prachtige lach die mens. Een lach die zijn hele gezicht doet stralen, en dan vooral zijn ogen. Een hersenbloeding. Na nog geen twaalf uur coma is hij gestorven. Een begrafenis is hier ook iets heel anders. Buiten, monnikken die zitten te bidden, een dansvoorstelling, iedereen die een papieren bloem geeft als teken van respect. De bloemen worden daarna in de kist gedaan voor die verbrand wordt. Enkel crematies trouwens, kerkhoven bestaan hier niet.
De rest van de week sportdagen op school, ik heb donderdag zelfs de 200m sprint kunnen meelopen, en heb die ook gewonnen. Was heerlijk, een beetje sport. Je moet je voorstellend dat de gemiddelde Thai nooit sport, echt nooit, een wandeling zal je hier niemand zien doen. Ze nemen de auto of de brommer want anders worden ze moe. Ik dus dankbaar voor alle beweging die ik hier krijg.
Ik heb hier ook een Thai ontmoet die Engels praat en anders is dan de rest. Hij is de ex-baas van mijn gastvader en ik ontmoette hem op een feestje hier thuis. Heb een aantal keer heel lang met hem gepraat en dat was wel heel speciaal. Hij komt uit Bangkok en is heel direct. Thais zijn dat eigenlijk nooit. Ze praten zelden over hun gevoel, hun emoties. Maar als ik met hem aan het praten was praatte ik dan eigenlijk met een Thai over de Thais en over de dingen hier in Thailand die ik niet snap. Hij had mij en mijn gastvader eens uitgenodigd voor een diner in een duur restaurant en daar heb ik dingen kunnen zeggen waardoor ze me beter begrijpen en ik hen ook. Bijvoorbeeld dat ik het gvoel had dat ik hier nog steeds de eregast ben. Nu is dat beter. Mijn zus en broer durven meer met me praten. Dat weekend zijn we met ons drie naar de cinema gegaan, alleen jammer dat de Engelse film nog niet uit was.
Thavorn (die man dus), heeft me ook eens meegenomen naar de bergen (meer heuves misschien) die ik elke dag in de auto voorbij rijd. Ik wilde er al heel lang eens naartoe maar hoe moet je dat aan een Thai uitleggen, dat je een berg wil beklimmen. Niet dat het hoog was ofzo, het was achter de tempel en er liepen trappen naar de top, maar toch.
Het weekend voor kerst zijn we gaan camperen. “Go Camping”. Ik was benieuwd. Het was samen met mijn advisor en haar familie, Jenny van Duitsland, de twee Chinezen, nog twee leraars en een familie die ik niet kende. Wij daar naartoe, natuurlijk eerst gestopt bij de Makro voor eten, daarna naar ene heel mooi gebied gereden. In de bergen. We zaten in een huisje. Eigenlijk hebben de Thais niet veel meer gedaan dan gegeten en gepraat, maar wij zijn gaan fietsen en wandelen. Ook s’nachts heel mooi, het was volle maan.
De volgende ochtend wilden Jenny en ik nog naar de watervallen wandelen maar ze wilden al tamelijk vroeg weg om nog wat plaatsen te bezichtigen, met de auto natuurlijk.
Kerst wordt hier niet echt gevierd. Ze zijn er wel mee bezig hoor, dat wel. Alles van het westen komt naar hier, maar het heeft hier niet echt een betekenis natuurlijk. Ik heb op school zelfs een nepkerstboom versierd. Maar het is lang niet hetzelfde. Geef mij maar onze kerst. Op kerstdag zelf weer een parade gelopen in de Thaise kledij, dit keer voor de afsluitingsparade van de ‘Saraburi Games’, sportdagen voor de scholen van het district waar ik woon. Jenny en ik moesten vooraan de stoet van onze school lopen met het bord met de schoolnaam. En dan op het sportveld staan en luisteren naar Thais gebabbel en je kapotzweten en niet ontbeten hebben en andere opgeklede meisjes van hun stokje zien gaan. Eigenlijk is het ongelofelijk hoe ze van alles een heel gedoe maken. Het was klaarlichte dag, ik denk dat zowat iedereen die belangrijk was een speech heeft gedaan, er is zelfs vuurwerk afgestoken, klaarlicht, sloeg eigenijk nergens op.
Die middag niet veel meer gedaan, in slaap gevallen in de bibliotheek van de school, ik was om half 5 opgestaan. Ze hebben hier gewoon school, alleen zijn er denk ik geen lessen gegeven, ik snap niet waarom iedereen daar wel was.
‘s Avonds was er het feest van mijn gastvader en nonkel. Een beetje zoals de andere feesten. Een diner en veel muziek. Groot, maar niet speciaal voor kerstdag.
De rest van de week gewerkt, het is hier geen vakantie ofzo.
Voor oudejaar naar Bangkok met de familie, de 31e was het de verjaardag van mijn kleine neefje. Ik heb zelfs karaoke gezongen, stel je voor. Oudejaar was helaas niet zo speciaal. Eigenlijk wilde ik naar het centrum van Bangkok, de Chinezen zaten daar, maar ik heb dat maar zo gelaten, was niet echt meer mogelijk. De familie deed niet echt iets. De volgende ochtend moesten we vroeg opstaan om naar de ‘floating market’ te gaan. Ik vond het wel heel jammer, na 12u was eigelijk iedereen wel meteen gaan slapen. Maar ja, als je in een andere cultuur zit dan zit je er ook echt in he, met alles erop en eraan.
Voor nieuwjaar dan de floating market bezocht, wel mooi maar na negen uur is er niet meer door de toeristen te zien.
Voorbije woensdag bij de blinden gewerkt. Alle blinden die nog familie hebben zaten thuis en ook medewerkers waen er niet veel gekomen. We waren maar met twee voor de terapie van de gehandicapten en mijn collega had er niet veel zin in. Ze zeiden iets van allez zet u, vandaag geen werk, maar dat vond ik echt belachelijk. Met twee konden we zeker nog vier patienten hun behandeling geven. Ik ben naar de office gegaan en heb gezegd dat ik naar het weeshuis wilde gaan werken en het was alsof ze er toen even bij stilstonden. Ik heb mijn zin gekregen en we hebben met twee nog vier mensen hun therapie gegeven. Daar was ik wel blij om.
Gisteren en eergisteren hadden het tweede en derde middelbaar scoutskamp. Ik geef hen les dus mijn leerlingen waren er niet. Ik ben ze dan maar gezelschap gaan houden op het militaire domein en heb een beetje meegedaan met de activiteiten. Wel leuk.
Ziezo, het was al een hele tijd geleden dat ik nog geschreven had, maar nu hebben jullie toch weer iets om te lezen.
Sawadee bpii mai!!
En mijn beste wensen.
Dag iedereen. ik kreeg te horen dat de commentaar die gepost werd niet zichtbaar was. Wel, dit lag compleet aan mij. Commentaar schrijven kan, maar deze is niet zichtbaar totdat ik ze goedgekeurd heb. Dit om spam te vermeiden. Excuses hiervoor. Ik zal nu dagelijks checken voor nieuwe comments en ze accepteren. Ik ben ook bezig met een systeem om foto’s van Els te bekijken, maar daarvoor zal een gebruikers accound nodig zijn. Dit voor de veiligheid.
Groeten, Brecht
…
Ongelofelijk hoe kleurig alles hier is. De vijfde December was het de verjaardag van de koning. De 80ste verjaardag dan nog wel. Voor de Thai was het een heel belangrijke dag. Het is ongelofelijk hoeveel ze van hun koning houden. Hij regeert dan ook al 60 jaar en heeft heel veel voor hen gedaan naar het schijnt. Zo heeft hij ervoor gezorgd dat de watervoorziening in orde is en heeft hij altijd door het land gereisd om te zien wat de mensen echt nodig hebben. Toen ik hier net was heeft hij een aantal weken in het ziekenhuis moeten doorbrengen. Man, ongelofelijk hoe blij ze waren als alles goed bleek te zijn. Ze zien hem als hun vader en zijn heel bang voor de dag dat hij sterft.
Op zijn verjaardag droeg iedereen geel. De kleur van maandag, de dag dat hij geboren is. En die avond was er een soort plechtigheid met kaarsen. Iedereen heeft dan een kaars in zijn hand en zingt het nationale volkslied en nog andere liederen voor hun ‘vader’. En dit alles afgesloten met vuurwerk. Daar houden ze van.
Vorig weekend ben ik een weekend naar Bangkok gegaan. Met Liu Wei (die Chinese jongen) en Marleen, een Nederlandse vrijwilligster waar ik mee samenwerkte in het weeshuis. Zeer tof weekend. Wel spannend soms in een stad die zo ongelofelijk groot is, waar je niets kent en waar je de taal niet spreekt. We logeerden in de backpakkerswijk van de stad. Ik wist echt niet wat mij overkwam toen ik daar toekwam op de scootertaxi die ons daar had gebracht. Ik had 2 maand tussen de Thais gezeten, bijna allemaal kleiner dan mij, allemaal donker. Daar kwam ik terecht in een tot markt omgbouwde straat vol farang (dat betekent vreemdeling en dat hoor ik genoeg op de markt hier), vol blonde haren, blote schouders, dreadlocks, kleurige kleren, ongelofelijk grote mensen. Talen die te verstaan zijn. Ik voelde mij echt een vreemdeling tussen de westerlingen met mijn gele T-shirt met het koningsembleem.
Bars, pubs, cubs. Die avond zijn we iets gaan drinken in een muziekbar waar nog andere vrijwilligers zaten. Het was wel speciaal om een buitenlander te zijn tussen de buitenlanders en niet de buitenlander tussen de Thais. Ook wel interessant, al die reizigers die een klapke komen doen. Belgen oa.
De volgende dag Bangkok ingetrokken gewapend met kaart en Trotter. Het oude Bangkok kunnen zien vanuit de boot. We voeren op de grachten waar de mensen in hutten wonen ongeveer op het water. Met heel weinig middelen maar vaak wel heel kleurig. En als je de grachten uitkomt zie je dan het contrast tussen de hutten en de skyline van Bangkok. Ook mooie tempels bezocht. Oa de liggende Boeddha gezien, zeer indrukwekkend met zijn 45m lengte en 18m hoogte in een tempel die net groot genoeg is.
Die avond in de backpakkerswijk was volledig anders. Als je he teens observeert zie je dat alles in die wijk daar is voor ons entertainment. De muziekanten van de muziekba speelden vooledig dezelfe nummers, de meest bekende klassiekers, nummers die iedereen kent. Ik liep die gitarist tegen het lijf en die begon tegen mij te praten. De gewone vragen. Bleek dat hij bijna geen Engels kon, hoewel zijn nummers zelfs goed uitgesproken zijn. Alles wat ze er doen doen ze voor de westerlingen.
Ik wilde mij daar in Bangkok ook geen tourist voelen. Probeerde mijn klein beetje Thai uit op de verkopers die je proberen afzetten. Ze klampen je echt aan. Het was soms zo erg dat ik gewoon zei van kijk ik ben een student en ik werk hier in Thailand. Klamp anderen aan aub.
Zondag zat ik dan alleen met mijn Chinese ami. Zalig cultuurverschil trouwens tussen ons. Hij begrijpt niet dat ik een kaart kan lezen, dat ik later mijn eigen huis betaal, dat ik vakantiejobs doe. Dat ik zelfstandig kan zijn. Hij heeft me al uitgenodigd voor zijn trouw volgend jaar, hij is 22 dus dat zit eraan te komen. Zijn ouders betalen alles voor hem tot hij een confortabele job heeft. Deze week vertelde zijn moeder hem dat ze een kadotje had. Hij heeft een huis gekregen.voor de rest is hij zeer tof, lig vaak in een deuk met hem, kom er goed mee overeen.
Voor de rest is het hier weer ongelofelijk warm, de winter heeft precies maar een week geduurd…
Sawadee Kha!
Nog even een berichtje over de laatste weken.
Zeer tof, dat land hier en de mensen beginnen zo wel mijn hart te stelen.
Vorig weekend was er een festival. Loy Krathong. Het is zowat het mooiste festival dat ze hier vieren. Het is een boeddhistische feestdag waarop de mensen het water vieren. Een heel jaar lang gebruiken ze het water en maken het vuil, en ze willen het bedanken en zich verontschuldigen. Heel mooi. Ze maken een sort vtotten (krathong) an bananebladeren en bloemen waar ze een kaars en 3 wierookstokjes opsteken en het zo de rivier opsturen en het met de stroom laten meevoeren. Het gaat ook gepaard met parades overdag. Overal, in elk dorp, met wedstrijden om wie het mooiste en grootste vlot, en missverkiezingen.
Wij, de AFS-studenten moesten meelopen met de parade, met het vlot van de school waa we allemaal lesgeven of volgen. We werden opgekleed in traditionele Thaise stijl. Het heeft meer dan vijf uur geduurd om iedereen op te kleden en op te maken. De anderen moesten vooraan de stoet lopen en ik moest op de praalwagen zitten bij het vlot. En maar lachen naar de mensen en zwaaien. Het is heel speciaal dat zee en ‘farang’, een buitenlander zien, en we staan dan ook op elke mogelijke foto.
Een dag heb ik mogen voelen wat het is om beroemd te zijn, en ik moet zeggen, een dag was ook echt wel genoeg. Ik kon geen foto mee zien.
Maar het was een super dag, een heel speciale ervaring. Zeker omdat je dit niet snel meemaakt, zeker niet op die manier. We waren de sterren van de stad, maar op de duur deden mijn spieren echt wel pijn van het lachen (dat was mijn belangrijkste taak. Lachen en mooi wezen met al die kleren en juwelen en make-up.)
Die avond met mijn familie Loy Krathong gevierd. We zijn naar een feest gegaan aan de rivier waar ik mijn eigen krathong op het water gelaten. Het is wel heel speciaal om al die mensen daar samen te zien om het water te danken. En natuurijk feesten ze hier gewoon ook graag, met veel muziek (jaja, karaoke), bier en veeel eten.
Voor de rest, vorige week dinsdag en woensdag bij de blinden, was heel moeilijk. Er werkt een Japanse vrijwilligster die Engels praat, als 4 jaar lang, en ik heb een gesprek met haar gehad dat veel duidelijk maakte. Ik heb verteld dat voor de therapie dat ze me gewoon zeiden bvb. ‘walk’, me een gehandicapte in de handen stopten, en ik moest er maar mee wandelen. Of ze gaven me een zalf die de spieren verwarmt en maakten wat masseergebaren, en daar moest ik het mee doen. Ik kon niets anders doen dan wat ze zeiden, ookal vocht het met mezelf, dat kan je je gewoon bij ons toch niet voorstellen, je moet toch weten waar je mee bezig bent. Gewoonlijk gaven ze wel een heel klein beetje informatie, van die kan zijn lepel vasthouden, moet je alleen maar wat helpen, maar toch. Ik schrok toen ik met die Japanse sprak. Ze vertelde me dat iedereen van de opvoeders nieuw was, dat er eigenijk niemand veel langer dan 3 maand blijft werken, net lang genoeg om een job te vinden. Niemand weet waarover het gaat. Niemand wil er werken want zogezegd zegt het geloof van Boeddha dat gehandicapten slechte mensen waren in hun vorig leven en nu gestraft zijn. Ze behandelen ze er ook naar. Werken hun frustraties op hen uit, zijn er ergens bang voor. Bvb, vertelde die vrouw, als ze vinden dat het te lasting is om een gahandicapte naar het toilet te dragen omdat die te zwaar is dan geven ze hem gewoon minder eten… zelfs de blinden die goed bij hun verstand zijn kijken op hen neer, hoewel ze ook hulpbehoevend zijn. En ze vertelde dat ze er niets aan kan doen, dat het hun geloof is en dat het niets uitmaakt als ze hen erop aanspreekt en zegt dat het verkeerd is.
Verder deze week ook nog lesgegeven aan de blinden. Vorige week was het heel moeilijk omdat ze me niet verstonden, maar deze week heb ik hulp gekregen van een blinde leraar die wat engels kan. Hij vertaalde wat ik zei als ze me niet verstaan. Ik probeer ze ‘to be’ en ‘to have’ te leren en het gebruik, en dat gaat wel. Liedjes daar houden ze ook ongelofelijk veel van. Dus het lukt en daar ben ik blij om. Ze zijn wel heel zenuwachtig en opgewonden als ze les krijgen van mij, het is zelden dat ze de kans krijgen les te krijgen van een ‘echte buitenlander’.
Ik heb het hier goed, de mensen zijn ongelofelijk vriendeijk, al krijg ik het soms op de heupen van het gestaar bijvoorbeeld op de markt. En ik ben dan nog niet eens blond J. Hel mooi wee rook, al wordt het kouder, het is hier nu winter en de Thai heeft het koud. Het is rond de 23 graden.
Voor de rest wil ik heel graag Thai leren spreken, maar het is zo ongelofelijk moeilijk.
Ziezo, daarbij ga ik het laten, ik probeer nog wat foto’s up te loaden, maar dat wil momenteel nog niet lukken.
Sawadee!
Dertig dagen.
Maandag in het weeshuis, in de namiddag hebben Els (de Belgische vrijwilligster, de Hollandse was weg, die ging 2 weken naar de temple) en ik 2 meisjes meegenomen om te gaan zwemmen hier in het stadje. Die kinderen doen dat echt nooit en waren echt super blij. En dat geeft wel voldoening.
Dinsdag zijn Els en ik naar Bankok gereisd, met de bus, om daar het babyweeshuis te gaan bezoeken. De moeite, de reis op zich al in dat doolhof dat Bankok is. Het waren veel indrukken voor ons allebei. Het was een goed weeshuis, veel middelen en de kinderen werden echt wel verzorgd, maar toch, als je 24 Baby’s door elkaar op de grond een papfles ziet drinken… Het klopt gewoon niet. Geen enkel kind daar wordt ooit vastgepakt of krijgt ooit individuele aandacht, en dat hebben we wel gemerkt toen we ze opnamen… We konden ze niet meer neerzetten of ze begonnen hartverscheurend te huilen.
Ik ga het hierbij laten voor nu,